LingoSnackLingoSnack

Alledaagse voorwerpen in het Engels met plaatjes

Op deze pagina leer je handige Engelse woorden voor alledaagse voorwerpen in en om het huis. Probeer de voorwerpen die je dagelijks gebruikt hardop in het Engels te benoemen om ze sneller te onthouden.

Doe de quiz20 woorden
  1. peephole — spionoog, kijkgat

    peephole

    /ˈpiːp.hoʊl/

    spionoog, kijkgat

    Hiermee kijk je veilig wie er voor je voordeur staat.

    “Look through the peephole before you open the front door.”

  2. keychain — sleutelhanger

    keychain

    /ˈkiːtʃeɪn/

    sleutelhanger

    Handig om al je sleutels bij elkaar te houden.

    “I keep all my house keys on a cute keychain.”

  3. shoehorn — schoenlepel

    shoehorn

    /ˈʃuːˌhɔːrn/

    schoenlepel

    Helpt je hiel gemakkelijker in een strakke schoen te glijden.

    “He used a shoehorn to slide into his tight leather boots.”

  4. doorbell — deurbel

    doorbell

    /ˈdɔːrbɛl/

    deurbel

    De knop naast de deur waarmee bezoekers laten weten dat ze er zijn.

    “Please ring the doorbell when you arrive at my house.”

  5. tweezers — pincet

    tweezers

    /ˈtwiːzərz/

    pincet

    Dit Engelse woord wordt altijd als meervoud gebruikt.

    “She used tweezers to remove a wooden splinter from her finger.”

  6. corkscrew — kurkentrekker

    corkscrew

    /ˈkɔːrk.skruː/

    kurkentrekker

    Onmisbaar gereedschap om een fles wijn mee te ontkurken.

    “Do you have a corkscrew to open this bottle of wine?”

  7. lanyard — keycord, nekkoord

    lanyard

    /ˈlænjərd/

    keycord, nekkoord

    Een koord om je nek voor een pasje of sleutels.

    “All office workers must wear their security pass on a lanyard.”

  8. padlock — hangslot

    padlock

    /ˈpædlɒk/

    hangslot

    Een los slot met een beugel, vaak geopend met een sleuteltje.

    “He secured his gym locker with a strong padlock.”

  9. coaster — onderzetter

    coaster

    /ˈkoʊstər/

    onderzetter

    Beschermt je tafelblad tegen kringen van glazen of mokken.

    “Put your coffee mug on a coaster so you do not mark the desk.”

  10. hinge — scharnier

    hinge

    /hɪndʒ/

    scharnier

    Het metalen draaipunt waarmee een deur of deksel openzwaait.

    “The door hinge makes a loud squeaking sound every time it opens.”

  11. clothespin — wasknijper

    clothespin

    /ˈkloʊðz.pɪn/

    wasknijper

    Hiermee klem je natte was stevig vast aan de waslijn.

    “Use a clothespin to hang that wet shirt on the line outside.”

  12. thumbtack — punaise

    thumbtack

    /ˈθʌmˌtæk/

    punaise

    Een kort spijkertje met een platte kop voor op een prikbord.

    “She pinned the concert poster to the corkboard with a thumbtack.”

  13. funnel — trechter

    funnel

    /ˈfʌn.əl/

    trechter

    Voorkomt knoeien als je vloeistof in een smalle fles giet.

    “Use a plastic funnel to pour the hot soup into the glass jar.”

  14. doorstop — deurstopper

    /ˈdɔːrstɑːp/

    deurstopper

    Voorkomt dat een deur hard dichtslaat of tegen de muur botst.

    “Put a heavy doorstop by the entrance so the breeze does not shut it.”

  15. pacifier — fopspeen, speen

    pacifier

    /ˈpæsɪfaɪər/

    fopspeen, speen

    In Brits-Engels wordt dit voorwerp meestal 'dummy' genoemd.

    “The crying baby quickly relaxed once she had her pacifier.”

  16. buckle — gesp

    buckle

    /ˈbʌk.əl/

    gesp

    Het metalen sluitstuk aan het uiteinde van een riem.

    “The shiny silver buckle on his belt caught the light.”

  17. doormat — deurmat, voetveger

    doormat

    /ˈdɔːr.mæt/

    deurmat, voetveger

    Hier veeg je je schoenen op af voordat je naar binnen stapt.

    “Wipe your wet shoes on the doormat before you come inside.”

  18. shoelace — veters, schoenveter

    shoelace

    /ˈʃuːleɪs/

    veters, schoenveter

    Het koordje waarmee je je schoenen strak vaststrikt.

    “Your left shoelace is untied and you might trip over it.”

  19. thimble — vingerhoed

    thimble

    /ˈθɪmbl/

    vingerhoed

    Beschermt je vingertop tegen de scherpe punt van een naainaald.

    “Wear a metal thimble so the sewing needle does not poke your finger.”

  20. squeegee — wisser, trekker

    squeegee

    /ˈskwiːdʒiː/

    wisser, trekker

    Heeft een rubberen rand om water van ramen of tegels te vegen.

    “Use the squeegee to clear water off the shower glass after bathing.”

Test jezelf

Herken jij alle 20 afbeeldingen? Doe de quiz en bekijk je score.

Doe de quiz