Speeltoestellen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de Engelse namen voor bekende speeltoestellen en buitenspellen. Beeld je tijdens het leren in dat je zelf over het speelplein loopt om de woorden sneller te onthouden.

monkey bars
/ˈmʌŋki bɑːrz/
klimrek, duikelrek
Hier slingeren kinderen met hun handen van stang naar stang.
“He swung across the monkey bars without falling.”

seesaw
/ˈsiː.sɔː/
wip, wipwap
Twee kinderen gaan om en om omhoog en omlaag.
“The two friends played together on the seesaw.”

merry-go-round
/ˈmer.i.ɡoʊˌraʊnd/
draaimolen
Een ronddraaiend toestel met zitjes of figuren.
“They spun fast on the merry-go-round until they felt dizzy.”

climbing wall
/ˈklaɪmɪŋ wɔːl/
klimwand, klimmuur
Een wand met speciale grepen voor handen en voeten.
“She reached the top of the climbing wall safely.”

balance beam
/ˈbæləns biːm/
evenwichtsbalk
Een smalle balk waarop je leert balanceren.
“The gymnast walked carefully along the balance beam.”

hopscotch
/ˈhɒp.skɒtʃ/
hinkelen
Het spel waarbij je door getekende vakken springt.
“Children drew a hopscotch grid with colored chalk.”

skipping rope
/ˈskɪp.ɪŋ roʊp/
springtouw
In het Amerikaans-Engels heet dit meestal een 'jump rope'.
“She enjoys jumping with a skipping rope at recess.”

spring rider
/sprɪŋ ˈraɪ.dər/
veertoestel, wiptoestel
Een zitje op een grote stalen veer dat heen en weer wiebelt.
“The toddler bounced happily on the horse spring rider.”

climbing net
/ˈklaɪmɪŋ nɛt/
klimnet
Een stevig net van touwen om in te klauteren.
“He crawled to the top of the climbing net.”

zip line
/ˈzɪp laɪn/
kabelbaan
Een strakke staalkabel waarlangs je naar beneden zoeft.
“Riding the zip line across the park was exciting.”





