Kampeerspullen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de belangrijkste Engelse woorden voor kampeerspullen en kampeeruitrusting. Bedenk tijdens het inpakken van je eigen tas steeds de Engelse term voor elk voorwerp.

/tent/
tent
Een draagbaar onderkomen van doek, opgezet met stokken en scheerlijnen.
“We pitched our tent near the river before it got dark.”

/ˈbækˌpæk/
rugzak, rugtas
Handig om al je bagage op je rug te dragen tijdens trektochten.
“Pack your extra clothes into the large backpack.”

lantern
/ˈlæntərn/
lantaarn, stormlamp
Een draagbare lamp die de kampeerplek 's avonds goed verlicht.
“Hang the lantern from the branch so we can see our dinner.”

compass
/ˈkʌmpəs/
kompas
Een navigatiemiddel met een magnetische naald die naar het noorden wijst.
“Check the compass if you lose your way on the trail.”

campfire
/ˈkæmpˌfaɪər/
kampvuur
Een open vuur op de kampeerplek voor warmte en gezelligheid.
“We sat around the campfire and toasted sweet marshmallows.”

hammock
/ˈhæmək/
hangmat
Een hangend doek dat je tussen twee bomen spant om in te slapen.
“He read his book while relaxing in the hammock.”

tarp
/tɑːrp/
dekzeil, tarp
Een waterdicht zeil dat beschermt tegen felle zon of regen.
“Tie a tarp above your gear to keep the rain off.”

cooler
/ˈkuːlər/
koelbox
Houdt je eten en drinken koud tijdens warme zomerdagen.
“Put more ice in the cooler for the fresh fruit.”

carabiner
/ˌkærəˈbiːnər/
karabijnhaak, karabiner
Een metalen haak met verende sluiting om spullen veilig aan vast te klikken.
“Clip your water bottle to your bag with a carabiner.”

sleeping bag
/ˈsliːpɪŋ bæɡ/
slaapzak
Een warme, gevoerde zak waarin je 's nachts comfortabel slaapt.
“Roll up your sleeping bag before packing the car.”





