Groenten in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de belangrijkste Engelse namen voor bekende groenten en eetbare planten. Oefen de woorden hardop terwijl je kookt om ze sneller en makkelijker te onthouden.

/pəˈteɪtoʊ/
aardappel
Een van de meest gegeten knolgewassen ter wereld, vaak gekookt of gebakken.
“I baked a large potato for dinner.”

/ˈkærət/
wortel, peen
Een knapperige oranje wortelgroente die zowel rauw als gekookt wordt gegeten.
“Rabbits love to eat fresh carrots.”

tomato
/təˈmeɪtoʊ/
tomaat
Botanisch gezien fruit, maar in de keuken gebruikt als veelzijdige rode groente.
“Add one sliced tomato to the salad.”

onion
/ˈʌnjən/
ui
Onmisbaar als smaakmaker met meerdere schillen en een scherpe geur.
“Chop the onion into very small pieces.”

garlic
/ˈɡɑːrlɪk/
knoflook
Bestaat uit losse teentjes en geeft gerechten een krachtige, herkenbare smaak.
“Fry two cloves of garlic in oil.”

cucumber
/ˈkjuːkʌmbər/
komkommer
Bestaat grotendeels uit water en smaakt verfrissend in salades.
“Put some cucumber slices in your sandwich.”

cabbage
/ˈkæb.ɪdʒ/
kool
Verkrijgbaar in rode, witte of groene varianten met stevige bladeren.
“We cooked cabbage with butter and salt.”

lettuce
/ˈletɪs/
sla
Bladgroente die de basis vormt voor de meeste frisse salades.
“Wash the fresh lettuce leaves before eating.”

broccoli
/ˈbrɒk.əl.i/
broccoli
Groene groente met een stevige steel en compacte bloemknoppen.
“Steamed broccoli goes well with roast chicken.”

cauliflower
/ˈkɑːliflaʊər/
bloemkool
Heeft een dichte, witte krop die omringd is door groene bladeren.
“You can roast cauliflower with spices.”

/ˈpɛpər/
paprika
Deze knapperige vruchtgroente is lekker in salades of warme gerechten.
“She sliced a red pepper for the salad.”

zucchini
/zuˈkiːni/
courgette
In het Brits-Engels wordt dit meestal courgette genoemd.
“Slice the zucchini and grill it lightly.”

eggplant
/ˈɛɡˌplænt/
aubergine
Amerikaans-Engels; in het Brits-Engels gebruikt men het woord aubergine.
“She baked eggplant with cheese and herbs.”

spinach
/ˈspɪnɪtʃ/
spinazie
Donkergroene bladgroente die rijk is aan ijzer en snel slinkt bij verhitting.
“Raw spinach is very tasty in smoothies.”

celery
/ˈsɛl.ər.i/
bleekselderij
Knapperige, sappige stengels die vaak rauw als tussendoortje worden gegeten.
“Dip a celery stick into peanut butter.”

radish
/ˈrædɪʃ/
radijs
Klein, pittig knolletje met een rode buitenkant en wit vruchtvlees.
“She sliced a small radish very thinly.”

beetroot
/ˈbiːtruːt/
rode biet
Zoete, dieprode knol die vaak gekookt of geraspt wordt gegeten.
“Pickled beetroot adds rich color to meals.”

turnip
/ˈtɜːrnɪp/
knolraap, meiraap
Traditionele ronde wortelgroente, meestal wit met een paarse bovenkant.
“He added a diced turnip to stew.”

pumpkin
/ˈpʌmp.kɪn/
pompoen
Grote oranje vruchtgroente, populair voor herfstsoepen en rond Halloween.
“We made warm pumpkin soup for lunch.”

artichoke
/ˈɑːrtɪtʃoʊk/
artisjok
De vlezige bloemknoppen en de bloembodem worden als delicatesse gegeten.
“Boil the artichoke until leaves become tender.”

leek
/liːk/
prei
Langwerpige groente met een zachte uiensmaak, vaak gebruikt in soepen.
“This hot soup has potato and leek.”

kale
/keɪl/
boerenkool
Gekrulde wintergroente die in Nederland de basis vormt voor stamppot.
“Crispy kale chips make a healthy snack.”

okra
/ˈoʊ.krə/
okra
Groene peulvrucht die soepen en stoofschotels van nature bindt.
“Cook okra gently with fresh chopped tomatoes.”

parsnip
/ˈpɑːrsnɪp/
pastinaak
Witachtige wortel met een zoete, anijsachtige smaak die veel in stoofpotten past.
“Roast each parsnip with a little honey.”

shallot
/ʃəˈlɒt/
sjalot
Klein uitje met een verfijnde, mildere en zoetere smaak.
“Fry a minced shallot in warm butter.”

yam
/jæm/
yam
Zetmeelrijke tropische knol die lijkt op een zoete aardappel.
“Boil the yam until it feels soft.”

fennel
/ˈfɛnl/
venkel
Witte knolgroente met een frisse, kenmerkende anijssmaak.
“Raw fennel adds fresh crunch to salads.”

chard
/tʃɑːrd/
snijbiet
Bladgroente met grote bladeren en opvallend gekleurde, vlezige stelen.
“Sauté the chard stems and green leaves.”

asparagus
/əˈspær.ə.ɡəs/
asperge
Lange stengels die zowel in groene als witte varianten voorkomen.
“Grill the asparagus with olive oil today.”





