Stad en gebouwen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je Engelse woorden voor veelvoorkomende plekken, bouwwerken en verkeerssituaties in de stad. Probeer ze tijdens je volgende stedentrip hardop te benoemen om ze sneller te onthouden.

apartment
/əˈpɑːrt.mənt/
appartement, flat
In het Brits-Engels wordt hiervoor vaak 'flat' gebruikt.
“She rented a small apartment on the third floor.”

balcony
/ˈbæl.kə.ni/
balkon
Een verhoogd platform aan de buitenkant van een gebouw.
“We drank our morning coffee outside on the balcony.”

billboard
/ˈbɪlbɔːrd/
reclamebord
Grote borden langs drukke wegen of op gebouwen.
“Drivers can easily see the bright billboard from the highway.”

courtyard
/ˈkɔːrtjɑːrd/
binnenplaats, hof
Een open ruimte die geheel of gedeeltelijk is omsloten door muren.
“The hotel has a quiet courtyard filled with green plants.”

crosswalk
/ˈkrɔːswɔːk/
zebrapad, voetgangersoversteekplaats
Typisch Amerikaans-Engels; de Britten zeggen meestal 'zebra crossing'.
“Always wait for the green light at the crosswalk.”

elevator
/ˈɛlɪveɪtər/
lift
In Groot-Brittannië noemt men dit bijna altijd een 'lift'.
“Take the elevator up to the tenth floor.”

escalator
/ˈɛskəleɪtər/
roltrap
Een bewegende trap die veel voorkomt in warenhuizen en stations.
“She took the escalator down to the subway station.”

fountain
/ˈfaʊntɪn/
fontein
Vaak te vinden als decoratie op pleinen en in stadsparken.
“Children like to throw shiny coins into the park fountain.”

/ˈmɑːnjumənt/
monument, gedenkteken
Gebouwd ter nagedachtenis aan een historische gebeurtenis of persoon.
“Tourists gathered to take pictures of the historic monument.”

roundabout
/ˈraʊndəbaʊt/
rotonde
Een cirkelvormig knooppunt waar verkeer om een middeneiland rijdt.
“Turn right at the second exit of the roundabout.”

sidewalk
/ˈsaɪdwɔːk/
stoep, trottoir
In het Brits-Engels gebruikt men hiervoor het woord 'pavement'.
“Please keep your bicycle off the crowded sidewalk.”

skyscraper
/ˈskaɪˌskreɪ.pər/
wolkenkrabber
Een zeer hoog gebouw met tientallen verdiepingen.
“The new skyscraper towers high above the downtown streets.”

statue
/ˈstætʃuː/
standbeeld
Een gebeeldhouwde figuur van een mens of dier.
“A bronze statue stands in the center of the square.”

suburb
/ˈsʌbərb/
buitenwijk, voorstad
Een rustige woonwijk aan de rand van een grote stad.
“They decided to buy a family house in the suburbs.”

/ˈtræfɪk/
verkeer
Alle rijdende voertuigen op de weg tezamen.
“Heavy traffic caused a long delay during the morning commute.”





