LingoSnackLingoSnack

Stad en gebouwen in het Engels met plaatjes

Op deze pagina leer je Engelse woorden voor veelvoorkomende plekken, bouwwerken en verkeerssituaties in de stad. Probeer ze tijdens je volgende stedentrip hardop te benoemen om ze sneller te onthouden.

Doe de quiz15 woorden
  1. apartment — appartement, flat

    apartment

    /əˈpɑːrt.mənt/

    appartement, flat

    In het Brits-Engels wordt hiervoor vaak 'flat' gebruikt.

    “She rented a small apartment on the third floor.”

  2. balcony — balkon

    balcony

    /ˈbæl.kə.ni/

    balkon

    Een verhoogd platform aan de buitenkant van een gebouw.

    “We drank our morning coffee outside on the balcony.”

  3. billboard — reclamebord

    billboard

    /ˈbɪlbɔːrd/

    reclamebord

    Grote borden langs drukke wegen of op gebouwen.

    “Drivers can easily see the bright billboard from the highway.”

  4. courtyard — binnenplaats, hof

    courtyard

    /ˈkɔːrtjɑːrd/

    binnenplaats, hof

    Een open ruimte die geheel of gedeeltelijk is omsloten door muren.

    “The hotel has a quiet courtyard filled with green plants.”

  5. crosswalk — zebrapad, voetgangersoversteekplaats

    crosswalk

    /ˈkrɔːswɔːk/

    zebrapad, voetgangersoversteekplaats

    Typisch Amerikaans-Engels; de Britten zeggen meestal 'zebra crossing'.

    “Always wait for the green light at the crosswalk.”

  6. elevator — lift

    elevator

    /ˈɛlɪveɪtər/

    lift

    In Groot-Brittannië noemt men dit bijna altijd een 'lift'.

    “Take the elevator up to the tenth floor.”

  7. escalator — roltrap

    escalator

    /ˈɛskəleɪtər/

    roltrap

    Een bewegende trap die veel voorkomt in warenhuizen en stations.

    “She took the escalator down to the subway station.”

  8. fountain — fontein

    fountain

    /ˈfaʊntɪn/

    fontein

    Vaak te vinden als decoratie op pleinen en in stadsparken.

    “Children like to throw shiny coins into the park fountain.”

  9. monument — monument, gedenkteken

    /ˈmɑːnjumənt/

    monument, gedenkteken

    Gebouwd ter nagedachtenis aan een historische gebeurtenis of persoon.

    “Tourists gathered to take pictures of the historic monument.”

  10. roundabout — rotonde

    roundabout

    /ˈraʊndəbaʊt/

    rotonde

    Een cirkelvormig knooppunt waar verkeer om een middeneiland rijdt.

    “Turn right at the second exit of the roundabout.”

  11. sidewalk — stoep, trottoir

    sidewalk

    /ˈsaɪdwɔːk/

    stoep, trottoir

    In het Brits-Engels gebruikt men hiervoor het woord 'pavement'.

    “Please keep your bicycle off the crowded sidewalk.”

  12. skyscraper — wolkenkrabber

    skyscraper

    /ˈskaɪˌskreɪ.pər/

    wolkenkrabber

    Een zeer hoog gebouw met tientallen verdiepingen.

    “The new skyscraper towers high above the downtown streets.”

  13. statue — standbeeld

    statue

    /ˈstætʃuː/

    standbeeld

    Een gebeeldhouwde figuur van een mens of dier.

    “A bronze statue stands in the center of the square.”

  14. suburb — buitenwijk, voorstad

    suburb

    /ˈsʌbərb/

    buitenwijk, voorstad

    Een rustige woonwijk aan de rand van een grote stad.

    “They decided to buy a family house in the suburbs.”

  15. traffic — verkeer

    /ˈtræfɪk/

    verkeer

    Alle rijdende voertuigen op de weg tezamen.

    “Heavy traffic caused a long delay during the morning commute.”

Test jezelf

Herken jij alle 15 afbeeldingen? Doe de quiz en bekijk je score.

Doe de quiz