Kleine verwondingen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de Engelse woorden voor alledaagse wondjes en lichte blessures. Let goed op het verschil tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden bij het beschrijven van pijn.

sting
/stɪŋ/
steek, prik
Gebruikt voor insectenbeten of een plotselinge, scherpe branderige pijn.
“A bee gave me a painful sting on my arm.”

bruise
/bruːz/
blauwe plek
Ontstaat op de huid na een flinke stoot of val.
“He got a dark bruise after falling off his bike.”

blister
/ˈblɪstər/
blaar
Vochtophoping onder de huid, vaak door knellende schoenen of wrijving.
“These new tight shoes caused a blister on my heel.”

/bɜːrn/
brandwond
Beschadiging van de huid door hitte, vuur of bijtende stoffen.
“Be careful with that hot pan or you might burn yourself.”

/skɑːr/
litteken
Blijvende markering op de huid nadat een snee of wond is genezen.
“She has a small scar on her knee from childhood.”

rash
/ræʃ/
huiduitslag
Rode vlekjes of bultjes op de huid, vaak veroorzaakt door een allergie.
“This soap gave him an itchy red rash on his neck.”

/ˈswɛlɪŋ/
zwelling, verdikking
Plaatselijke toename in omvang door vochtophoping na een blessure.
“Put ice on your foot to reduce the painful swelling.”

/spreɪn/
verstuiking
Blessure aan gewrichtsbanden, meestal aan de enkel of de pols.
“Did you sprain your wrist during the basketball game?”

splinter
/ˈsplɪntər/
splinter
Een klein, scherp stukje hout of glas dat in de huid prikt.
“Use clean tweezers to pull that sharp splinter out.”





