Grondapparatuur op het vliegveld in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de Engelse benamingen voor voertuigen en installaties op het vliegveld. Let goed op het verschil tussen verplaatsbare apparaten en vaste gebouwen.

windsock
/ˈwɪndsɒk/
windzak
Geeft piloten snel inzicht in de windrichting en windkracht.
“The pilot checked the windsock before landing.”

runway
/ˈrʌnweɪ/
startbaan, landingsbaan
De verharde strook waarop vliegtuigen opstijgen en landen.
“The plane is waiting near the runway.”

hangar
/ˈhæŋər/
hangar, vliegtuighal
Een grote overdekte hal voor opslag en onderhoud van vliegtuigen.
“Mechanics repaired the engine inside the hangar.”

jet bridge
/ˈdʒɛt brɪdʒ/
vliegtuigtrap, slurfkoker
Verbindt de gate van de terminal direct met het vliegtuig.
“Passengers walked down the jet bridge to board.”

control tower
/kənˈtroʊl ˌtaʊər/
verkeerstoren
Hier vandaan begeleiden luchtverkeersleiders alle vliegbewegingen.
“The control tower gave permission to take off.”

baggage belt
/ˈbæɡɪdʒ belt/
bagageband
Hierop halen reizigers hun ingecheckte koffers na aankomst op.
“We waited near the baggage belt for our suitcases.”

pushback tug
/ˈpʊʃˌbæk tʌɡ/
pushback-truck, vliegtuigsleper
Duwt een vliegtuig achteruit weg van de gate.
“The pushback tug slowly moved the large jet.”

boarding stairs
/ˈbɔːrdɪŋ steərz/
passagierstrap, vliegtuigtrap
Wordt gebruikt als passagiers buiten op het platform in- of uitstappen.
“We climbed the boarding stairs to enter the plane.”

radar dish
/ˈreɪdɑːr dɪʃ/
radarantenne, radarschotel
Zendt en ontvangt signalen om vliegtuigen te volgen.
“The airport radar dish spins continuously day and night.”

luggage cart
/ˈlʌɡɪdʒ kɑːrt/
bagagewagentje
Handig karretje waarmee reizigers zelf hun koffers vervoeren.
“He put three heavy suitcases onto a luggage cart.”





