Voertuigen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de Engelse namen voor verschillende soorten voertuigen en vervoermiddelen. Let bij het oefenen goed op de juiste uitspraak en combineer die met het beeld.

/ˈtæksi/
taxi
In het Engels spreek je de 'a' korter en opener uit dan in het Nederlands.
“We took a taxi home after the party.”

/væn/
bestelbus, bestelwagen
Veel gebruikt voor het bezorgen van pakketjes of gereedschap.
“They rented a white van to move their furniture.”

scooter
/ˈskuːtər/
step, autoped
In het Engels betekent dit meestal een step, soms elektrisch aangedreven.
“He rides an electric scooter to work every morning.”

motorcycle
/ˈmoʊtərˌsaɪkəl/
motor, motorfiets
In het dagelijks Engels wordt dit vaak afgekort tot 'motorbike' of 'bike'.
“Always wear a helmet when riding a motorcycle.”

ambulance
/ˈæm.bjə.ləns/
ambulance, ziekenauto
Een noodvoertuig met zwaailichten en sirenes voor medische spoedgevallen.
“The ambulance arrived quickly to help the injured driver.”

fire truck
/ˈfaɪər trʌk/
brandweerwagen, brandweerauto
In Brits-Engels hoor je ook vaak de term 'fire engine'.
“A bright red fire truck raced down the street.”

pickup truck
/ˈpɪk.ʌp trʌk/
pick-up, terreinwagen met open laadbak
Herkenbaar aan de open laadbak aan de achterzijde van de wagen.
“He loaded bags of soil into his pickup truck.”

tractor
/ˈtræktər/
tractor, trekker
Onmisbaar landbouwvoertuig met grote achterwielen voor zwaar werk op het land.
“The farmer drives his tractor across the field.”

/ˈhɛlɪkɒptər/
helikopter, hefschroefvliegtuig
Vaak kortweg aangeduid als 'chopper' in informele taal.
“A rescue helicopter landed on the hospital roof.”

hot air balloon
/hɒt eə bəˈluːn/
luchtballon
Stijgt op doordat warme lucht lichter is dan de omringende koude lucht.
“We flew in a hot air balloon at sunrise.”

submarine
/ˌsʌbməˈriːn/
onderzeeër, duikboot
Een vaartuig dat langere tijd volledig onder water kan opereren.
“Scientists explored the ocean floor in a small submarine.”

/kəˈnuː/
kano
Een smalle boot die je voortbeweegt met een enkelbladige peddel.
“We paddled our canoe across the quiet lake.”

kayak
/ˈkaɪæk/
kajak
Een gesloten bootje dat je bestuurt met een dubbelbladige peddel.
“She rented a kayak for the weekend.”

sailboat
/ˈseɪlboʊt/
zeilboot
In Brits-Engels wordt dit type boot meestal aangeduid als 'sailing boat'.
“They spent the afternoon sailing on a wooden sailboat.”

cruise ship
/kruːz ʃɪp/
cruiseschip
Een enorm luxueus passagiersschip dat wordt gebruikt voor vakantiereizen.
“The cruise ship stopped at three different islands.”

lighthouse
/ˈlaɪt.haʊs/
vuurtoren
Een hoge toren langs de kust met een lichtbaken voor schepen.
“The old lighthouse warned ships away from dangerous rocks.”

bulldozer
/ˈbʊlˌdoʊzər/
bulldozer
Een zwaar rupsvoertuig met een breed stalen blad om grond te verplaatsen.
“The yellow bulldozer cleared the rocky ground quickly.”

excavator
/ˈek.skə.veɪ.tər/
graafmachine
In informele taal noemen Britten deze machine ook wel een 'digger'.
“The excavator dug a large trench for new pipes.”

forklift
/ˈfɔːrklɪft/
heftruck, vorkheftruck
Handig magazijnvoertuig met twee stalen vorken om zware pallets op te tillen.
“The worker used a forklift to unload the boxes.”

cable car
/ˈkeɪ.bəl ˌkɑːr/
kabelbaan, kabeltram
Hangt aan een kabel en wordt veel in de bergen gebruikt.
“We rode the cable car to reach the peak.”





