Gezichtsuitdrukkingen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je Engelse woorden voor verschillende blikken en gezichtsuitdrukkingen. Beeld je bij elk woord in hoe je eigen gezicht beweegt om het beter te onthouden.

/stɛər/
staren
Gebruik dit als iemand lang en met grote ogen naar iets kijkt.
“It is rude to stare at people on the train.”

/ɡrɪn/
grijnzen, breed glimlachen
Dit is een brede lach waarbij je tanden vaak zichtbaar zijn.
“He had a big grin after winning the race.”

frown
/fraʊn/
fronsen
Je trekt je wenkbrauwen samen bij bezorgdheid of diep nadenken.
“She began to frown when reading the difficult message.”

smirk
/smɜːrk/
zelfingenomen glimlachen
Een arrogante of spottende lach die vaak irritatie opwekt.
“Wipe that smirk off your face right now.”

glare
/ɡlɛər/
boos staren, woedend aankijken
Een langdurige en overduidelijk boze blik naar iemand.
“The teacher gave him a fierce glare for talking.”

wink
/wɪŋk/
knipogen
Snel één oog sluiten als geheim signaal of grapje.
“He gave me a friendly wink across the room.”

pout
/paʊt/
pruilen, een pruilmondje opzetten
Je lippen naar voren duwen als je mokt of poseert.
“Children often pout when they do not get candy.”

squint
/skwɪnt/
met toegeknepen ogen kijken
Handig als je tegen fel zonlicht inkijkt of iets scherper wilt zien.
“I had to squint in the bright afternoon sunlight.”

blush
/blʌʃ/
blozen
Rood worden van verlegenheid, schaamte of opwinding.
“Compliments always make her blush deeply.”

blink
/blɪŋk/
met de ogen knipperen
Het heel snel sluiten en weer openen van beide ogen.
“Dust got in my eye, making me blink constantly.”





