Gevoelens en persoonlijkheid in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je Engelse bijvoeglijke naamwoorden over karaktereigenschappen en emoties. Koppel elk woord aan een herkenbare situatie of persoon om ze sneller te onthouden.

/ˈkɛərləs/
onvoorzichtig, slordig
Wordt gebruikt voor fouten die ontstaan door gebrek aan aandacht.
“He made a careless mistake on his math test.”

/ˈkɛərfʊl/
voorzichtig
Je let goed op om gevaar of fouten te vermijden.
“Be careful when you walk on the icy street.”

ashamed
/əˈʃeɪmd/
beschaamd
Beschrijft een pijnlijk schuldgevoel over je eigen gedrag.
“She felt ashamed after lying to her best friend.”

/breɪv/
dapper, moedig
Je durft iets te doen ondanks de angst of pijn.
“The brave firefighter ran straight into the burning house.”

/kɑːm/
kalm, rustig
De 'l' spreek je in het Engels niet uit.
“Take a deep breath and try to stay calm.”

/ˈkɑːn.fə.dənt/
zelfverzekerd
Je gelooft sterk in je eigen kunnen en kwaliteiten.
“He felt confident before his big job interview today.”

/ˈkjʊəriəs/
nieuwsgierig
Graag nieuwe dingen willen weten of ontdekken.
“The curious child asked questions about everything he saw.”

disappointed
/ˌdɪsəˈpɔɪntɪd/
teleurgesteld
Wanneer iets niet aan je verwachtingen of hoop voldoet.
“We were disappointed when the concert was canceled yesterday.”

/frʌˈstreɪtɪd/
gefrustreerd
Het gevoel als iets herhaaldelijk niet lukt.
“I feel frustrated when this slow computer keeps freezing.”

/ˈdʒɛnərəs/
vrijgevig, gul
Bereid om veel tijd of geld met anderen te delen.
“My grandmother is very generous and always buys us gifts.”

/ˈɡɪlti/
schuldig
Dit voel je wanneer je beseft dat je een fout hebt begaan.
“He felt guilty about eating the last chocolate cookie.”

/ˈɒnɪst/
eerlijk
De 'h' aan het begin spreek je niet uit.
“Thank you for giving me an honest opinion about this.”

jealous
/ˈdʒɛləs/
jaloers
Gebruikt bij angst om de affectie van een geliefde aan een ander te verliezen.
“She was jealous of her brother's brand-new bicycle.”

/ˈnɜːrvəs/
zenuwachtig
Gespannen gevoel voor bijvoorbeeld een examen of optreden.
“I always get nervous before speaking in public.”

/ˈpeɪ.ʃənt/
geduldig
Rustig kunnen wachten zonder boos of onrustig te worden.
“The teacher is very patient with all the new students.”

polite
/pəˈlaɪt/
beleefd
Respectvol en welgemanierd gedrag naar andere mensen toe.
“It is polite to say thank you after receiving help.”

/ruːd/
onbeleefd, brutaal
Het tegenovergestelde van respectvol of hoffelijk gedrag.
“It is rude to interrupt people while they are talking.”

selfish
/ˈselfɪʃ/
egoïstisch
Alleen aan jezelf denken zonder rekening met anderen te houden.
“Do not be selfish and share your toys with them.”





