Halloween woorden in het Engels met plaatjes
Op deze pagina ontdek je de belangrijkste Engelse woorden voor griezelfiguren, decoraties en gebruiken rondom Halloween. Koppel elk woord aan een beeld om de betekenis sneller te onthouden.

/ˈkɑːstuːm/
kostuum, verkleedkleren
Wordt gedragen tijdens Halloween of themafeesten.
“She wore a superhero costume to the party.”

pumpkin
/ˈpʌmp.kɪn/
pompoen
De bekende oranje vrucht die centraal staat in de herfst.
“We bought a large pumpkin at the farm.”

/ɡoʊst/
spook, geest
Een klassiek griezelfiguur dat vaak zweeft en 'boo' roept.
“The old story says a ghost lives upstairs.”

witch
/wɪtʃ/
heks
Volgens verhalen vliegt zij vaak rond op een bezemsteel.
“The witch in the story cast a magic spell.”

/bæt/
vleermuis
Een nachtdier dat vaak met vampiers wordt geassocieerd.
“A bat flew across the evening sky.”

skeleton
/ˈskɛlɪtən/
skelet
Alle botten van een mens of dier bij elkaar.
“The science room has a plastic skeleton.”

candy
/ˈkændi/
snoep
Dit verzamelen kinderen langs de deuren op Halloweenavond.
“Children receive lots of candy on Halloween.”

/ˈspaɪ.dɚ ˌwɛb/
spinnenweb
Wordt veel gebruikt als griezelige decoratie in huis.
“I saw a large spider web in the corner.”

/ˈhɔːn.tɪd haʊs/
spookhuis
Een verlaten woning waarin het volgens de verhalen spookt.
“They visited a haunted house for fun.”

scarecrow
/ˈskerkroʊ/
vogelverschrikker
Staat op het veld om vogels bij gewassen weg te jagen.
“The farmer put a scarecrow in the cornfield.”

broomstick
/ˈbrʊmˌstɪk/
bezemsteel, bezem
Heksen vliegen hierop door de lucht tijdens Halloween.
“The witch flew high in the night sky on her broomstick.”

jack-o'-lantern
/ˌdʒæk.əˈlæn.tɚn/
uitgesneden pompoen
Een pompoen met een gezicht en een kaarsje erin.
“We placed a bright jack-o'-lantern on our porch.”

vampire
/ˈvæmpaɪər/
vampier
Een mythisch wezen met scherpe hoektanden.
“He dressed up as a scary vampire.”

mummy
/ˈmʌmi/
mummie
Een ingebakerd lichaam uit het oude Egypte.
“The museum displays an ancient Egyptian mummy.”

werewolf
/ˈwɛərwʊlf/
weerwolf
Iemand die bij volle maan verandert in een wolf.
“The werewolf howled during the full moon.”

cauldron
/ˈkɔːldrən/
heksenketel, ketel
Een grote pot waarin heksen hun toverdranken brouwen.
“Green soup bubbled inside the heavy cauldron.”

tombstone
/ˈtuːm.stoʊn/
grafsteen
Een stenen monument op een begraafplaats.
“The old tombstone showed dates from centuries ago.”

/ˌtrɪk ɔːr ˈtriːt/
snoep of je leven
De vaste kreet van kinderen die langs de deuren gaan.
“Children yell trick-or-treat when neighbors open their doors.”





