Auto-interieur in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de belangrijkste Engelse benamingen voor onderdelen binnenin een auto. Benoem ze eens in gedachten tijdens je volgende autorit om ze sneller te onthouden.

steering wheel
/ˈstɪərɪŋ wiːl/
stuur
Hiermee bepaal je de rijrichting van de auto.
“Keep both hands firmly on the steering wheel.”

gearstick
/ˈɡɪəstɪk/
versnellingspook
In het Amerikaans-Engels heet dit meestal een 'gear shift'.
“Shift the gearstick into reverse before backing up.”

handbrake
/ˈhændˌbreɪk/
handrem
Wordt gebruikt om te voorkomen dat de geparkeerde auto wegrolt.
“Always pull the handbrake when parking on a hill.”

rearview mirror
/ˈrɪərvjuː ˌmɪrər/
binnenspiegel
Hiermee kijk je naar het verkeer dat vlak achter je rijdt.
“Check your rearview mirror before slowing down.”

headrest
/ˈhedˌrest/
hoofdsteun
Ondersteunt je hoofd en beschermt je nek bij een aanrijding.
“Adjust the headrest so it supports your neck comfortably.”

glove compartment
/ɡlʌv kəmˈpɑːrtmənt/
handschoenenkastje
Het opbergvak in het dashboard aan de passagierskant.
“The vehicle registration papers are in the glove compartment.”

cup holder
/ˈkʌp ˌhoʊldər/
bekerhouder
Handig om een flesje water of koffiebeker in vast te zetten.
“I placed my hot coffee into the cup holder.”

seat pocket
/siːt ˈpɑːkɪt/
stoelzak
Het handige opbergvakje aan de achterkant van de autostoel.
“You can slip the road atlas into the seat pocket.”

hazard button
/ˈhæzərd ˈbʌtn/
alarmlichtenknop
De rode driehoekige knop waarmee je alle knipperlichten tegelijk aanzet.
“Press the hazard button if your car breaks down.”





