LingoSnackLingoSnack

Lichaamsdelen van dieren in het Engels met plaatjes

Op deze pagina leer je de belangrijkste Engelse benamingen voor uiterlijke kenmerken en lichaamsdelen van dieren. Let goed op het verschil tussen hoorns en een gewei, want het Engels gebruikt daar aparte woorden voor.

Doe de quiz8 woorden
  1. hoof — hoef

    hoof

    /huːf/

    hoef

    Het meervoud is onregelmatig: hooves in plaats van hoofs.

    “The horse raised its hoof so the farmer could clean it.”

  2. paw — poot

    paw

    /pɔː/

    poot

    Wordt specifiek gebruikt voor de zachte voet van bijvoorbeeld honden of katten.

    “My dog offered me his paw when I sat down.”

  3. fur — vacht

    /fɜːr/

    vacht

    Verwijst naar de dichte beharing van zoogdieren.

    “The rabbit has warm, white fur to survive the cold winter.”

  4. horn — hoorn

    /hɔːrn/

    hoorn

    Blijvende, harde uitsteeksels op de kop van bijvoorbeeld koeien of geiten.

    “The goat scratched its back with the tip of its horn.”

  5. antler — gewei

    antler

    /ˈænt.lər/

    gewei

    Vertakt en wordt elk jaar afgeworpen, zoals bij herten.

    “A large male deer dropped an antler in the forest.”

  6. mane — manen

    mane

    /meɪn/

    manen

    De lange haren in de nek van een paard of mannetjesleeuw.

    “The male lion shook his beautiful dark mane.”

  7. whisker — snorhaar

    whisker

    /ˈwɪskər/

    snorhaar

    Gevoelige tastharen rond de snuit van katten, honden en knaagdieren.

    “The cat twitched a whisker as it watched the mouse.”

  8. feather — veer

    /ˈfɛðər/

    veer

    Vormt samen het verenkleed dat vogels warm houdt en laat vliegen.

    “I found a shiny black feather on the grass today.”

Test jezelf

Herken jij alle 8 afbeeldingen? Doe de quiz en bekijk je score.

Doe de quiz