Lichaamsdelen van dieren in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je de belangrijkste Engelse benamingen voor uiterlijke kenmerken en lichaamsdelen van dieren. Let goed op het verschil tussen hoorns en een gewei, want het Engels gebruikt daar aparte woorden voor.

hoof
/huːf/
hoef
Het meervoud is onregelmatig: hooves in plaats van hoofs.
“The horse raised its hoof so the farmer could clean it.”

paw
/pɔː/
poot
Wordt specifiek gebruikt voor de zachte voet van bijvoorbeeld honden of katten.
“My dog offered me his paw when I sat down.”

/fɜːr/
vacht
Verwijst naar de dichte beharing van zoogdieren.
“The rabbit has warm, white fur to survive the cold winter.”

/hɔːrn/
hoorn
Blijvende, harde uitsteeksels op de kop van bijvoorbeeld koeien of geiten.
“The goat scratched its back with the tip of its horn.”

antler
/ˈænt.lər/
gewei
Vertakt en wordt elk jaar afgeworpen, zoals bij herten.
“A large male deer dropped an antler in the forest.”

mane
/meɪn/
manen
De lange haren in de nek van een paard of mannetjesleeuw.
“The male lion shook his beautiful dark mane.”

whisker
/ˈwɪskər/
snorhaar
Gevoelige tastharen rond de snuit van katten, honden en knaagdieren.
“The cat twitched a whisker as it watched the mouse.”

/ˈfɛðər/
veer
Vormt samen het verenkleed dat vogels warm houdt en laat vliegen.
“I found a shiny black feather on the grass today.”





