Fitnessoefeningen in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je Engelse woorden voor veelvoorkomende fitnessoefeningen en lichaamsbewegingen. Zeg de bewegingen hardop tijdens je training om ze sneller en natuurlijker te onthouden.

squat
/skwɑːt/
kniebuiging, squat
Een basisoefening waarbij je door de knieën zakt om beenspieren te trainen.
“Keep your back straight when you squat.”

lunge
/lʌndʒ/
uitvalspas, lunge
Een effectieve oefening voor sterkere bovenbenen en bilspieren.
“She took a big lunge forward during the workout.”

plank
/plæŋk/
plank, planken
Een statische houding om de stabiliteit van je romp te trainen.
“He tried to hold a plank for sixty seconds.”

/roʊ, raʊ/
roeien
Hiermee versterk je vooral de rugspieren en je uithoudingsvermogen op het apparaat.
“He likes to row his boat across the calm lake.”

deadlift
/ˈded.lɪft/
deadlift
Je tilt een zware halterstang vanaf de grond op tot heuphoogte.
“He can deadlift more weight than anyone else here.”

sprint
/sprɪnt/
sprinten, sprint
Een korte afstand rennen op je allerhoogste snelheid.
“We ended the training session with a fast sprint.”

/stretʃ/
zich uitstrekken, reiken
Je maakt je lichaam zo lang mogelijk om je spieren soepel te houden.
“He had to stretch his arms to reach the fruit.”

/dʒʌmp/
springen, sprong
Je zet krachtig af met je benen om los te komen van de grond.
“Bend your knees before you jump over the rope.”

/klaɪm/
klimmen
Omhoog bewegen met behulp van je handen en voeten.
“Athletes climb the rope to build arm strength.”

/bɑːks/
boksen
Een intensieve vechtsport die vaak als conditietraining in de sportschool wordt beoefend.
“Athletes box inside the ring during the competition.”

/pʊl/
trekken
Kracht uitoefenen om een gewicht of kabel naar je toe te halen.
“Pull the cable down toward your shoulders.”

/pʊʃ/
duwen, opdrukken
Kracht zetten om iets van je lichaam af te bewegen.
“Push the heavy bar away from your chest.”

/θroʊ/
gooien, werpen
Een voorwerp zoals een verzwaarde bal krachtig door de lucht slingeren.
“Throw the heavy ball against the wall.”

/kætʃ/
vangen
Een bal of gewicht dat geworpen is uit de lucht grijpen.
“Catch the medicine ball with both hands.”

crunch
/krʌntʃ/
buikspieroefening, crunch
Een korte buigbeweging die specifiek gericht is op de rechte buikspieren.
“Do every crunch slowly to work your stomach muscles.”





