Klussen en repareren in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je veelvoorkomende Engelse woorden voor gereedschap en handige klusacties. Let goed op het verschil tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden bij het klussen.

hammer
/ˈhæm.ər/
hameren, slaan
Handig om spijkers stevig in een muur of hout te drijven.
“He used a heavy hammer to hit the nail into wood.”

drill
/drɪl/
boren
Vaak gedaan om pluggen in muren te plaatsen voor schroeven.
“Can you drill a hole in the wall for the shelf?”

saw
/sɔː/
zagen
Hiermee maak je houten planken of buizen precies op maat.
“She used a sharp saw to cut the wooden board.”

glue
/ɡluː/
lijmen, plakken
Ideaal om gebroken voorwerpen snel en stevig te herstellen.
“Put some glue on the paper to stick it down.”

/skruː/
schroeven, vastschroeven
Gebruik hiervoor een passende schroevendraaier of een accuschroefboormachine.
“Turn the small screw clockwise to hold the shelf securely.”

/ˈtaɪtn/
aandraaien, vastdraaien
Gebruik dit als je schroeven of moeren steviger vastzet.
“Please tighten the loose bolts on this chair.”

/fɪks/
repareren, maken
Een heel gangbaar werkwoord om te zeggen dat iets hersteld wordt.
“I need to fix the broken door handle today.”

/bɪld/
bouwen, in elkaar zetten
Gebruik je wanneer je verschillende onderdelen samenvoegt tot een geheel.
“We plan to build a new wooden table this weekend.”

unlock
/ʌnˈlɒk/
van het slot doen, ontgrendelen
Nodig om een afgesloten deur of kist met een sleutel te openen.
“He used a key to unlock the wooden chest.”

unwrap
/ʌnˈræp/
uitpakken
Het verwijderen van verpakkingsmateriaal, papier of folie van een voorwerp.
“The children could not wait to unwrap their gifts.”

/kɑːrv/
kerven, uitsnijden
Vormgeven van hout of steen met een scherp mes of beitel.
“He likes to carve small animals out of wood.”

/ɪnˈstɔːl/
installeren, plaatsen
Het aansluiten en klaarmaken van apparatuur voor gebruik in huis.
“They will install the new washing machine tomorrow morning.”





