Sociale interacties in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je Engelse werkwoorden voor alledaagse sociale handelingen en emoties tussen mensen. Oefen ze hardop terwijl je je voorstelt hoe je zelf op iemand reageert.

/ˈɑːrɡjuː/
ruziemaken, bekvechten
Wordt gebruikt bij verhitte discussies of wanneer mensen echt ruzie hebben.
“They often argue about money and chores.”

/ɡriːt/
groeten, begroeten
Een beleefde manier om iemand welkom te heten of gedag te zeggen.
“She smiled to greet her guests at the door.”

hug
/hʌɡ/
knuffelen, omhelzen
Je armen om iemand heen slaan uit genegenheid of troost.
“He gave his mother a warm hug.”

/kɪs/
kussen, zoenen
Een gebaar van liefde, vriendschap of als begroeting.
“She gave the baby a gentle kiss on the cheek.”

/smaɪl/
glimlachen
Een vriendelijke gezichtsuitdrukking zonder per se geluid te maken.
“I always smile when I see my best friend.”

/læf/
lachen
Hoorbaar lachen als reactie op iets grappigs of vrolijks.
“The funny movie made everyone laugh loudly.”

/kraɪ/
huilen
Tranen laten vloeien door verdriet, pijn of overweldigende emotie.
“Sad films always make her cry.”

/ˈwɪspər/
fluisteren
Heel zacht praten zodat anderen het niet kunnen horen.
“Please whisper while the baby is sleeping.”

/ʃaʊt/
schreeuwen, roepen
Met een zeer luide stem praten of gillen.
“Do not shout inside the quiet library.”

/kəmˈpleɪn/
klagen
Je ontevredenheid uiten over een situatie of dienst.
“Customers often complain about the slow service.”

/bleɪm/
de schuld geven, verwijten
Iemand aanwijzen als de veroorzaker van een probleem.
“Do not blame him for your own mistake.”

/rɪˈfjuːz/
weigeren
Duidelijk 'nee' zeggen tegen een verzoek, aanbod of eis.
“I must refuse your polite invitation today.”

/əˈɡriː/
het eens zijn, instemmen
Dezelfde mening delen als iemand anders.
“We both agree on the new plan.”

/ˌdɪs.əˈɡriː/
het oneens zijn, van mening verschillen
Een ander standpunt of andere mening hebben.
“I disagree with his ideas about travel.”






