Kantoor- en studieacties in het Engels met plaatjes
Op deze pagina leer je veelvoorkomende Engelse werkwoorden en handelingen voor op kantoor of tijdens het studeren. Koppel elk woord aan een handeling die je dagelijks op je werkplek uitvoert.

/drɔː/
tekenen
Denk aan het maken van schetsen, diagrammen of tekeningen op papier.
“She likes to draw flowers in her notebook.”

/raɪt/
schrijven
Wordt gebruikt voor schrijven met de hand én typen op een toetsenbord.
“Please write your name at the top.”

/riːd/
lezen
De verleden tijd 'read' spel je hetzelfde, maar spreek je uit als 'red'.
“I read an interesting article this morning.”

underline
/ˌʌndəˈlaɪn/
onderstrepen
Handig om belangrijke kernwoorden in een tekst direct te laten opvallen.
“Underline the most important keywords in the sentence.”

erase
/ɪˈreɪs/
uitgummen, wissen
In Brits-Engels hoor je hiervoor ook vaak 'rub out'.
“He had to erase the mistake and start again.”

/ˈkælkjəleɪt/
berekenen
Gebruik dit bij het oplossen van wiskundige sommen of data-analyses.
“Use this tool to calculate your monthly expenses.”

/kaʊnt/
tellen
Het nagaan van het totale aantal voorwerpen in een groep.
“Can you count how many chairs are in the room?”

/ˈkɑːpi/
kopiëren
Dit doe je met een kopieerapparaat op kantoor.
“He will copy the contract before the meeting.”

paste
/peɪst/
plakken
Gebruik hiervoor vloeibare lijm of een plakstift.
“She likes to paste pictures into her scrapbook.”

/ˈprɛzənt, prɪˈzɛnt/
overhandigen, uitreiken
Vaak gebruikt bij het officieel geven van een prijs of diploma.
“She will present her project to the class tomorrow.”

/rɪˈvjuː/
recenseren, beoordelen
Een criticus deelt hierin een mening over een voorstelling.
“The critic was asked to review the new play.”

/rɪˈvaɪz/
herzien, bewerken
Je verbetert een tekst voor de definitieve versie.
“She needs to revise her history essay tonight.”

memorize
/ˈmeməraɪz/
uit het hoofd leren
In Brits-Engels wordt dit meestal gespeld als 'memorise'.
“Try to memorize these new vocabulary items.”

/ˈpræktɪs/
oefening, praktijk
In Brits-Engels is 'practice' het zelfstandig naamwoord en 'practise' het werkwoord.
“Daily practice will improve your typing speed.”

/stæmp/
stempelen
Hiermee zet je een inktpatroon op officiële documenten.
“The postmaster will stamp the letter before sending it.”





